Terug naar alle uitwerkingen van Nederlands

Bouwsteen: NL1.2 - Interactie ten behoeve van taal- en denkontwikkeling

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

In de onderbouw po is interactie met medeleerlingen en de leraar een belangrijk middel om gezamenlijk kennis van de wereld op te bouwen en kennis van en over taal en taalgebruik te verwerven. Bij het leergebied Nederlands is het ontwikkelen van kwalitatief goede interactie naast een middel ook een doel: leerlingen leren gesprekken te voeren om hun denken te verwoorden en hun taalvaardigheid te vergroten. Leerlingen hebben interactie in groepjes, in de (kleine) kring en bij (rollen-/fantasie)spel over onderwerpen, verschijnselen of problemen die zich lenen voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen. Daarbij gaat het om het beschrijven of benoemen van het 'wie-wat-waar-wanneer' en om het op eenvoudige wijze verwoorden van het 'hoe' en 'waarom';
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces onder woorden te brengen en te verwoorden wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • naast dagelijkse algemene taal meer laagfrequente taal, school- en vaktaal te gebruiken, passend bij het onderwerp of thema, en passend bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties. Bij taaldenkfuncties gaat het onder andere om chronologisch ordenen: eerst/dan; vergelijken: minder/meer/meest; oorzaak-gevolg: omdat/daarom en doel-middel: daarmee/waarmee;
  • eenvoudige gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren en mondeling, visueel en later ook schriftelijk te presenteren;
  • samen terug en vooruit te kijken: is er zo met elkaar gepraat dat er gezamenlijk wordt geleerd.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

In de bovenbouw po ontwikkelen leerlingen hun taal- en denkvaardigheid in en door interactie verder, zowel binnen als buiten de school. Ze bekijken, overdenken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De onderwerpen sluiten aan bij inhouden uit het eigen leergebied of leggen verbinding met andere leergebieden en mondiale thema’s. Ze lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen, waarbij ze een of meerdere teksten horen, zien en/of lezen. Naar aanleiding daarvan leren ze verwerkingsvaardigheden inzetten, zoals korte aantekeningen maken;
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces gestructureerd onder woorden te brengen (bijvoorbeeld in chronologische volgorde), te verwoorden en toe te lichten wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • ideeën op verschillende manieren over te brengen als dat nodig is in de interactie.
  • laagfrequente taal, school- en vaktaal uit te breiden en steeds passender in te zetten bij het onderwerp of thema en bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties;
  • eenvoudige en meer complexe gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en steeds bewuster toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de ander te laten weten dat ze hem begrijpen en vragen stellen als ze iets niet begrijpen of als ze meer informatie willen hebben;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren, en mondeling, schriftelijk, digitaal en multimodaal samen te vatten en te presenteren. Indien nodig en passend met ondersteuning van verschillende technologische middelen;
  • samen te reflecteren op de vragen in hoeverre en op welke manier het doel van de interactie (samen leren, onderhandelen over de betekenis, redeneren) is behaald en op de eigen rol en inbreng daarbij.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

In de onderbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze bekijken, overdenken, onderzoeken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De inhouden sluiten aan bij de inhouden van het eigen leergebied, de andere leergebieden en de mondiale thema's. Ook sluiten de onderwerpen en inhouden aan bij de accenten die binnen een schoolsector (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) worden gelegd. Ze lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen en taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen het onderwerp, verschijnsel of probleem te verkennen en uit te diepen, waarbij ze meerdere teksten horen, zien en/of lezen. Naar aanleiding daarvan leren ze verschillende verwerkingsvaardigheden inzetten, zoals aantekeningen of een schema maken’
  • hun eigen ideeën, gedachten en denkproces gestructureerd onder woorden te brengen, te verwoorden en toe te lichten wat ze al weten, te weten zijn gekomen en nog willen weten;
  • ideeën op verschillende manieren over te brengen als dat nodig is in de interactie.
  • laagfrequente taal, school- en vaktaal uit te breiden en steeds passender in te zetten bij het onderwerp of thema en bij eenvoudige en complexe taaldenkfuncties;
  • eenvoudige en meer complexe gespreksvormen, -regels en -technieken kennen en steeds bewuster toe te passen. Hierdoor leren leerlingen op het passende moment in de interactie eigen ideeën in te brengen, gericht te luisteren en constructief, kritisch te reageren op ideeën van anderen;
  • de ander te laten weten dat ze hem begrijpen, vragen te stellen en door te vragen als ze iets niet begrijpen of als ze meer informatie willen hebben;
  • de opgedane kennis en ideeën te parafraseren en mondeling, schriftelijk, digitaal of multimodaal samen te vatten en te presenteren, indien nodig en passend met toepassing van verschillende technologische middelen;
  • samen te reflecteren op de vragen in hoeverre en op welke manier het doel van de interactie (samen leren, onderhandelen over de betekenis en redeneren) is behaald en op de eigen rol en inbreng daarbij.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

In de bovenbouw vo bouwen leerlingen voort op eerder verworven kennis en vaardigheden. Ze bekijken, overdenken en bespreken een onderwerp, verschijnsel of probleem vanuit verschillende perspectieven. De onderwerpen lenen zich voor onderbouwde meningen, standpunten, onderzoek en het bedenken van oplossingen. In de interactie schakelen leerlingen indien nodig tussen hun talen en taalvariëteiten en het Standaardnederlands. Ze gebruiken de kennis en vaardigheden van hun (eerste) talen of taalvariëteiten om hun denkvaardigheden en het Standaardnederlands verder te ontwikkelen.

Aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat bij alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) kwalitatief goede interactie een cruciaal element vormt van het taalonderwijs in de bovenbouw. De inhoud en vorm van de interactie staan zowel in dienst van de taal- en denkontwikkeling als in dienst van de voorbereiding op dagbesteding, vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) en beroepen, en voor deelname aan de samenleving.
  • Zorg ervoor dat voor alle schoolsectoren (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo) de inhoud van de interactie wordt afgestemd met de inhouden uit het eigen leergebied (taalverandering, framing in de communicatie), inhouden uit de andere leergebieden (democratie, privacy, ondernemerschap) en mondiale thema's (globalisering, duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en gezondheid).
  • Zorg ervoor dat de onderwerpen en inhouden aansluiten bij de eigenheid van de schoolsector, het gekozen profiel en het vervolgonderwijs.
    • Voor vmbo en praktijkonderwijs kan een deel van de inhouden aansluiten bij of een verbinding leggen met inhouden van de beroepsgerichte vakken en stages.
  • Werk de bouwsteen 'Interactie draagt bij aan taal- en denkontwikkeling' ook als vakinhoud uit voor in elk geval het vwo, zodat het een onderwerp van onderzoek is. Leerlingen doen daarbij onderzoek naar een of meerdere aspecten, bijvoorbeeld naar gesprekken als onderzoeksobject (eenvoudige conversatie-analyse).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.