Terug naar alle uitwerkingen van Burgerschap

Bouwsteen: BU04.1 - Identiteit

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het primair onderwijs verkennen leerlingen spelenderwijs wie ze zijn. Ze leren woorden te geven aan wat ze denken, voelen, willen en doen. Ze geven zichzelf een plek in de klas, op school en het gezin. Ze worden zich ervan bewust welke regels er zijn en welke cultuur bij hen thuis heerst.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en te bewaken (emotioneel, fysiek);
  • woorden te geven aan wat ze denken, doen, willen en willen worden; leren dat hun taal of talen deel uitmaken van wie zij zijn;
  • te benoemen wat ze al kunnen en wat nog niet; wat ze leuk vinden om te doen;
  • hun primaire emoties te herkennen, benoemen en ermee om te gaan;
  • over zichzelf te praten in termen van toen, nu en later, hier en daar (bijvoorbeeld: “toen was ik … nu ben ik, later wil ik..."; “hier ben ik/ doe ik … daar ben ik/ doe ik");
  • te benoemen wat bij hen thuis belangrijke tradities, vieringen en rituelen zijn.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het primair onderwijs ontwikkelen leerlingen een meer uitgesproken identiteit. De rollen van klasgenoten, de sociale omgeving, media en andere identificatiefiguren wordt groter. Ze worden zich meer van bewust van het belang achtergronden, mogelijkheden en oriëntaties bij het ontwikkelen van een identiteit.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en actief te bewaken (emotioneel, fysiek en seksueel);
  • te duiden wat ze denken, doen, willen en willen worden, en daar gepast naar handelen;
  • hun primaire en secundaire emoties te herkennen, te benoemen en hier bewust mee omgaan;
  • te benoemen wat ze al goed kunnen en wat ze nog beter onder de knie willen krijgen, ook in het licht van het onderwijs dat ze na de basisschool willen volgen;
  • uit te drukken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze zich verbonden voelen en welke betekenis symbolen en rituelen voor hen hebben;
  • enkele verschillende aspecten waardoor hun identiteit mede gevormd is bewust waar te nemen: gender, gezin, sociaaleconomische achtergrond, levensbeschouwing, religie en cultuur;
  • Te reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en beïnvloed wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, (sociale) media, maar ook door persoonlijke mogelijkheden en beperkingen;
  • na te denken over schoonheidsidealen, gender, seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid zoals die gerepresenteerd worden in/op (sociale) media, en welke invloed die beelden op hen hebben.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs oriënteren leerlingen zich met andere ogen op hun identiteit. Hun lichaam en hun schoolomgeving verandert, zij moeten aan andere, ook meer ‘volwassen’ verwachtingen voldoen. De rol van de groep wordt belangrijk, maar ook het exploreren van een heel eigen positie in de wereld. In verband met het kiezen van sectoren of profielen wordt ook het ontwikkelen van enig inzicht in hun talenten, ambities en toekomstverwachtingen belangrijker. Het besef ontstaat dat een identiteit gelaagd is en samenhangt met rollen en situaties.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • de eigen grenzen te herkennen, te benoemen en bewust te bewaken (emotioneel, fysiek, seksueel);
  • te begrijpen dat en hoe dat wat ze denken, doen en willen verband houdt met de veranderingen die ze in de puberteit doormaken;
  • te onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn, hun talenten en ontwikkelmogelijkheden; hoe ze die gericht kunnen inzetten bij het maken van een keuze voor een sector, profiel en/of vakkenpakket;
  • uit te drukken en te onderzoeken met welke groep(en) in cultuur en samenleving ze
  • zich verbonden voelen en wat dat voor henzelf betekent;
  • uit te drukken wat eigen idealen, overtuigingen, oordelen en vooroordelen zijn;
  • te reflecteren op de mate waarin hun persoonlijke identiteit mede gevormd is en wordt door leeftijdgenoten, groepsidentiteiten, tradities en/in socialisatie-processen, hun eigen mogelijkheden en beperkingen, en hoe dat alles hen dat helpt of hindert om rollen of identiteitsposities te exploreren;
  • relaties te leggen tussen verschillende aspecten die hun identiteit mede vormgeven en mogelijk met elkaar op gespannen voet staan: gender, levensbeschouwing, religie, cultuur, sociaaleconomische achtergrond, politieke en seksuele oriëntatie; regionale en/of nationale identiteit(en) en/in Europa;
  • te reflecteren op hoe schoonheidsidealen, gender, sekse en seksualiteit, etniciteit en (on)gelijkheid in de maatschappij gerepresenteerd worden en hoe zij zich daar bewust toe willen verhouden.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de bovenbouw lopen de levens van jongeren verder uit elkaar. Ze zitten in verschillende sectoren en profielen en bereiden zich voor op verschillende beroepen of studies. Via baantjes, stages en vrijwilligerswerk nemen ze ook deel aan andere maatschappelijke contexten. De burgerschapsontwikkeling richt zich op het ontwikkelen van zelfbewuste jongvolwassenen die keuzes maken voor vervolgopleidingen in mbo, hbo of wo.

Voor leerlingen in havo, pro, vmbo, vso en vwo verdient het aanbeveling om de leerlijn burgerschap in de bovenbouw voort te zetten en waar mogelijk te koppelen aan beroepsprofielen, (profiel)vakken en loopbaanoriëntatie en (beroeps)begeleiding (LOB). Dat daarbij in de uitwerking en uitvoering gedifferentieerd kan worden naar leeftijd, ontwikkeling en mogelijkheden van (groepen) leerlingen, is evident. Voor het vervolg lijkt bovendien aan te bevelen om te onderzoeken of en hoe het curriculum Burgerschap in het vo aansluiting kan vinden op het curriculum Burgerschap in het mbo en vice versa.

Aanbevelingen

Een en ander leidt tot de volgende aanbevelingen:

  • Laat leerlingen reflecteren op de rol van emoties en overtuigingen in het eigen handelen, om zo nodig dat handelen en die overtuigingen bij te stellen en/of die emoties te onderzoeken.
  • Nodig leerlingen uit zich over de denk- en ervaringswereld van anderen te informeren en die voor zover mogelijk vanuit een binnenperspectief te onderzoeken en te beschrijven.
  • Laat leerlingen breed onderzoeken wat hun ambities en hun toekomstverwachtingen zijn in relatie tot hun talenten en hun ontwikkelmogelijkheden; laat hen dit gericht inzetten bij het maken van een zelfstandige en gerichte keuze voor een beroep, vervolgopleiding en vrije tijd.
  • Laat leerlingen analyseren hoe en reflecteren op de mate waarin hun identiteit mede gevormd is en wordt door hun eigen mogelijkheden en beperkingen, door leeftijdsgenoten en groepsidentiteiten, en geef hen de ruimte en de rolmodellen om daar als individu een eigen positie tegenover in te kunnen nemen.
  • Nodig leerlingen via een breed leerstofaanbod uit om relaties te leggen tussen verschillende aspecten die identiteit in het algemeen vormgeven en dit te betrekken op hun eigen ontwikkeling, toen, nu en straks; binnen de school en daarbuiten.
  • Vraag leerlingen uit te leggen met welke groep(en) in cultuur, samenleving en politiek ze zich verbonden voelen en wat dat voor hun handelen als individu en als burger betekent.
  • Prikkel leerlingen om te onderbouwen en te verantwoorden wat hun idealen en overtuigingen zijn, ook in het licht van de zgn. mondiale thema's.
  • Betrek bij de eventuele ontwikkeling van bouwstenen en/of leerdoelen voor de bovenbouw alle denk- en handelwijzen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.