Terug naar alle uitwerkingen van Digitale geletterdheid

Bouwsteen: DG1.2 - Digitale data

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase ontwikkelen leerlingen een basaal begrip van wat (digitale) data zijn. Leerlingen beseffen dat er zowel een analoge als digitale wereld is.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat data kunnen bestaan uit symbolen, tekens, iconen;
  • dat de wereld overvloedig voorzien is van data;
  • dat zowel de maker als de ontvanger een vertaalslag maakt bij het overdragen of ontvangen van deze data;
  • dat data op verschillende plekken en met verschillende apparaten verzameld, bewaard en gecategoriseerd kunnen worden;
  • dat uit een verzameling data bruikbare informatie geselecteerd kan worden;
  • het herkennen van verschillen, overeenkomsten en patronen in een verzameling data;
  • verzamelde data op een passende wijze te presenteren.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase wordt voortgebouwd op het basale begrip van data, dat leerlingen hebben opgebouwd in de vorige fase. Daarbij wordt specifieker ingegaan op digitale data. Ze leren wat digitale data zijn, wat het belang van data is, hoe een computer met digitale data omgaat en hoe zij zelf met digitale data kunnen omgaan.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat digitale technologie werkt volgens het principe van invoer, verwerking, opslag en uitvoer van data;
  • dat data gedigitaliseerd kunnen worden door deze om te zetten in codes waarmee digitale technologie kan rekenen;
  • dat de basis van digitale data bestaat uit bits en bytes;
  • dat door toenemende rekenkracht er nieuwe mogelijkheden blijven ontstaan om grote hoeveelheden data te verwerken;
  • dat voor digitale dataverwerking programma's nodig zijn én apparatuur/materialen;
  • dat degene die data bewust of onbewust achterlaat, keuzes kan maken: welke data worden vastgelegd, op welke locatie en op welke manier?
  • dat data altijd een beperkte representatie van de werkelijkheid zijn: dat degene die data creëert, beslist welke data worden vastgelegd, op welke manier en welke technologie hij daarbij gebruikt, dat de gebruiker van data deze interpreteert en daarmee zijn eigen perceptie van de data heeft;
  • dat data met behulp van digitale technologie op verschillende manieren geordend, bewerkt, geanalyseerd, geïnterpreteerd, gevisualiseerd en gepresenteerd kunnen worden, zodat deze als informatie gebruikt kunnen worden;
  • digitale dataverwerking te gebruiken bij het uitvoeren van (eenvoudig) onderzoek;
  • te reflecteren op de waarde en betrouwbaarheid van digitale data;
  • na te denken over de mogelijkheden en risico's van digitale dataverwerking.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

Voortbouwend op en gebruikmakend van het voorgaande, maken leerlingen in deze fase kennis met meer toepassingen van data op grotere schaal en op een hoger abstractieniveau. Zij maken kennis met de impact van de groeiende stroom data en herkennen hoe van deze data gebruik gemaakt kan worden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat verschillende typen data in verschillende bestandsformaten worden opgeslagen en verklaren waarom de grootte van bestanden uiteen kan lopen;
  • dat data digitaal centraal en decentraal bewaard kunnen worden en hoe dat op een gestructureerde manier kan, zodat data vindbaar blijven;
  • dat internettoepassingen het verzamelen, verwerken, bewaren en ontsluiten van grote hoeveelheden data mogelijk maken;
  • dat veel organisaties hun data 'open' ter beschikking stellen en dat daarop nieuwe toepassingen gemaakt kunnen worden;
  • dat grote hoeveelheden (kwantitatieve) data gestructureerd, geanalyseerd en gevisualiseerd kunnen worden, met behulp van digitale technologie, zoals: databases, spreadsheets, metadata, door indexering of toepassing van artificiële intelligentie;
  • hoe overheid, bedrijven en organisaties gebruikmaken van data om hun producten en diensten te verbeteren, maar ook om invloed uit te oefenen op gebruikers of aan hen te verdienen;
  • samen met anderen toepassingen te bedenken en zo mogelijk uit te voeren van al dan niet zelfgemaakte datasets. Daarbij maken zij bewuste keuzes van digitale middelen, gebruikmakend van hun kennis van en inzicht in de mogelijkheden van digitale technologie (computational thinking);
  • over de waarde die de groeiende hoeveelheid data kan hebben voor henzelf, de samenleving en de economie en over de afweging van waarden die soms gemaakt moet worden om te beslissen over de wijze waarop data gebruikt (mogen) worden;
  • welke betekenis data hebben voor organisaties, bedrijven en beroepen. Zij krijgen daarmee ook zicht op de mogelijkheden die er zijn om zich in studie en beroep in die richting te specialiseren.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

  • Besteed aandacht aan het gebruikmaken van data in verschillende contexten, waarbij leerlingen zicht krijgen op het belang daarvan voor studie en beroep en op mogelijkheden betreffende studie en beroep.
  • Besteed aandacht aan de functie die data en dataverwerking hebben in verschillende beroepen.
  • Besteed aandacht aan de locatie van data en daarbij aan de verschillen, voordelen en risico's van centrale en decentrale opslag.
  • Besteed aandacht aan het verzamelen, interpreteren en analyseren van (big) data binnen de beroepsgerichte context.
  • Vmbo: verbreed de kennis en vaardigheden die in voorgaande fase worden aangeboden, zodat de leerlingen een betere aansluiting hebben op studie en beroep.
  • Havo/vwo: besteed aandacht aan vaardigheden rondom gebruik van datasets, aansluitend op het niveau van vervolgopleidingen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.