Terug naar alle uitwerkingen van Digitale geletterdheid

Bouwsteen: DG4.2 - Digitale communicatie

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po doen leerlingen een eerste ervaring op met communicatie met behulp van digitale technologie.

Leerlingen leren over de manieren waarop digitale technologie gebruikt kan worden als communicatiemiddel. In de onderbouw wordt een basis gelegd voor bewust, kritisch en gezond gebruik van digitale media.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de toepassing van verschillende digitale communicatiemiddelen;
  • mediaboodschappen en hun doelgerichtheid kritisch te beoordelen;
  • een begin te maken met digitaal communiceren;
  • een eerste aanzet tot zelfregulerend omgaan met (sociale) media en games;
  • over de plek die (sociale) media in onze samenleving innemen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In vervolg op wat in de vorige fase aan de orde was, leren leerlingen over verschillen tussen mensen in het omgaan met digitale communicatie. De diversiteit in digitale media maakt creatieve media-uitingen mogelijk. Er is in deze fase veel aandacht voor reflectie en het maken van keuzes die het afstemmen van boodschappen op doelgroepen mogelijk maakt. Er is aandacht voor zelfregulering: hoe heeft digitale technologie invloed op jezelf en anderen?

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • omgaan met verschillende digitale toepassingen die voor communicatie gebruikt worden, waaronder sociale media. Ze leren welke specifieke eigenschappen dergelijke toepassingen hebben, zodat zij ook kunnen omgaan met voor hen nog onbekende, vergelijkbare toepassingen;
  • de meest geschikte digitale technologie te kiezen om digitale boodschappen te delen, rekening houdend met doel en doelgroep;
  • over de mogelijkheden om digitale technologie creatief te gebruiken om uitdrukking te geven aan de eigen persoonlijkheid en talenten;
  • hoe beeldtaal werkt en hoe media (creatief) ingezet kunnen worden bij digitale communicatie en hoe commerciële partijen hier gebruik van maken;
  • op een respectvolle wijze om te gaan met verschillen tussen mensen bij het gebruik van digitale communicatiemiddelen;
  • over gedragsregels die gepast zijn bij het online omgaan met anderen en wat ze kunnen doen als ze geconfronteerd worden met schendingen van online gedragsregels en/of eigen grenzen;
  • over communicatie tussen mensen en apparaten en apparaten onderling;
  • de mogelijkheden die er zijn voor direct contact tussen zender en ontvanger, zonder tussenschakels of filterende partijen; daarbij leren zij te reflecteren op het eigen (sociale) mediagebruik en leren zij om zelfregulerend om te gaan met (sociale) media en games.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In deze fase leren leerlingen in een bredere, maatschappelijke context wat de waarde is van een kritische, actieve en bewuste bijdrage aan digitale communicatie. Hierbij bouwen zij voort op het geleerde uit voorgaande fasen. Leerlingen kunnen effectief en creatief digitale media gebruiken, afgestemd op het doel en de doelgroep van hun boodschap. Zo leren leerlingen zowel persoonlijk als professioneel een actieve en bewuste bijdrage te leveren aan de (digitale) samenleving waarin zij leven.

Ook in deze fase is er aandacht voor zelfregulerende omgang met digitale communicatie, zowel ten opzichte van de leerling zelf (bewuste omgang met schermtijd) als ten opzichte van de ander (omgaan met verschillen, respectvol gedrag).

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • kritisch, bewust en verantwoordelijk te participeren in sociale netwerken met oog voor de belangen van individu en samenleving;
  • op te treden als intermediair (schakel) bij het delen van informatie via digitale media;
  • over het communicatiemodel: zender-coderen-boodschap-decoderen-ontvanger; de zender kiest bewust voor de wijze van verzenden. De boodschap wordt een reductie van de werkelijkheid. De boodschap wordt door interpretatie van de ontvanger een nieuwe representatie van de werkelijkheid;
  • verbeteringen aan te brengen in de eigen digitale communicatie en kunnen ook anderen daarbij adviseren;
  • te reflecteren op het belang van digitaal communiceren voor zichzelf, anderen en de samenlevingen, de invloed die kansenongelijkheid heeft op de kwaliteit én de kwantiteit van digitaal communiceren;
  • te reflecteren op eigen mediagebruik in relatie tot zelfregulering, welbevinden en welzijn.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

  • Besteed aandacht aan de doelgerichte toepassing van digitale communicatie.
  • Besteed aandacht aan het delen van expertise rondom mediagebruik met anderen.
  • Besteed aandacht aan ethische aspecten van de invloed van digitale communicatie op de samenleving.
  • Besteed aandacht aan de creatieve toepassing van digitale communicatie.
  • Besteed aandacht aan het communiceren in relatie tot digitaal ondernemerschap.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.