Terug naar alle uitwerkingen van Digitale geletterdheid

Bouwsteen: DG5.2 - Digitale identiteit

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In deze fase zijn leerlingen nog erg bezig met het ontwikkelen van de noties 'zelfbeeld' en 'identiteit'. Daarom speelt deze bouwsteen in deze fase een beperkte rol.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze zelf vorm geven aan hun digitale identiteit en denken erover na hoe dit bepaalt welk beeld anderen van hen krijgen;
  • hoe ze erachter kunnen komen of de digitale identiteit van iemand anders waarheidsgetrouw is.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

Wie zich online begeeft, neemt daar een digitale identiteit aan. Die is vaak een afspiegeling van de persoonlijkheid van de gebruiker, maar hoeft dat niet te zijn. In deze fase leren leerlingen kritisch te kijken naar de manier waarop ze hun eigen digitale identiteit opbouwen en onderhouden. Dat helpt ze om de digitale identiteit van anderen op waarde te kunnen schatten. Net als overal in de samenleving zijn er ook online omgangsregels. Daarbij is het van belang om elkaar de ruimte te bieden en elkaar met een open en tolerante houding tegemoet te treden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat alle gebruikers van digitale media zelf vorm hebben gegeven aan hun eigen digitale identiteit. Ze houden er rekening mee, dat dit imago niet altijd een zuivere afspiegeling van de persoonlijkheid van die gebruikers hoeft te zijn;
  • hoe ze erachter kunnen komen of de digitale identiteit van anderen waarheidsgetrouw is, waardoor ze de ideaalbeelden van deze personen waarmee ze in de media geconfronteerd worden, kunnen relativeren;
  • dat het, om op digitale media vrij uiting te kunnen geven aan ieders persoonlijkheid, onontbeerlijk is om tolerant met elkaar om te gaan en elkaar de ruimte te geven om van mening te verschillen.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

Voortbouwend op de voorafgaande fase, komt in deze fase de nadruk meer te liggen op de vraag hoe leerlingen invloed kunnen uitoefenen op hun digitale identiteit en hoe zij de digitale identiteit van anderen op waarde kunnen schatten. Daarbij leren zij welke kansen een goede digitale identiteit biedt voor reputatievorming en bij studie en beroep. Omdat de digitale leefomgeving van leerlingen geen complete afspiegeling van de samenleving is, wordt in deze fase aandacht besteed aan digitale inclusie.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • dat ze hun digitale identiteit kunnen beïnvloeden en op welke manieren dat kan. Het is mogelijk en soms zelfs wenselijk om op verschillende platforms je identiteit op verschillende manieren vorm te geven;
  • welke rol hun digitale identiteit speelt bij het aanmelden voor een studie en bij het vinden van een stageplaats of baan;
  • hoe digitaal communiceren kan verbinden, maar ook kan polariseren en dat niet iedereen in staat is om op dezelfde manier deel te nemen aan deze communicatie;
  • na te denken over vernieuwingen in digitale communicatie die van invloed kunnen zijn op een digitale identiteit;
  • hoe zij hun digitale identiteit op zo'n manier kunnen vormen, dat het kansen biedt op het terrein van zelfverwezenlijking en ondernemerschap.

Aanbevelingen bovenbouw voortgezet onderwijs

  • Besteed aandacht aan de vraag waarom mensen bij een (sub)cultuur willen horen en wat de invloed daarvan is op hun mediagebruik.
  • Verbreed de kennis en vaardigheden die in voorgaande fase worden aangeboden, zodat de leerlingen een betere aansluiting hebben op vervolgopleidingen/studie en beroep.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.