Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN02.1 - Gezondheid

Het vraagstuk gezondheid gaat over verschillende aspecten van gezondheid zoals voeding, ziekte, risico’s en seksualiteit. Gezondheid is voor iedereen belangrijk. Het is van belang dat leerlingen leren welke invloed ze kunnen uitoefenen op hun eigen fysieke en mentale gezondheid, en op die van anderen in hun omgeving. Leerlingen leren hun keuzes op het gebied van gezondheid te verantwoorden. Door met vragen over hun eigen gezondheid en die van anderen in hun omgeving aan de slag te gaan, leren ze regie te voeren over eigen lichaam en de risico’s die in hun omgeving aanwezig zijn.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po oriënteren leerlingen zich op een gezonde leefstijl, gezond gedrag en de rol die voeding en ziekte spelen in hun eigen leven en dat van klasgenoten.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • om te gaan met welbevinden en ziekte bij zichzelf en anderen (te denken valt aan iemand te troosten die ziek is en uiten dat je je niet prettig voelt).
  • sociaal om te gaan met anderen (te denken valt aan het helpen met strikken van veters, leesmaatjes zijn en elkaar aanspreken op (pest)gedrag).
  • herkennen dat leefomgeving en natuur van invloed kan zijn op hun welbevinden (te denken valt aan buitenspelen en vrolijk zijn als de zon schijnt).

(voeding)

  • hun eigen voorkeuren met betrekking tot voeding te herkennen (te denken valt aan de smaak en geur van verschillende voedingsmiddelen).
  • om te gaan met hun eigen eetgewoonten in relatie tot hun gezondheid (te denken valt gezonde traktaties en voldoende water drinken).

(seksualiteit)

  • de wensen en grenzen van anderen met betrekking tot fysiek contact te respecteren.

(risico’s en veiligheid)

  • om gevolgen voor henzelf in te schatten en te voorspellen (veilig fietsen en het kiezen van veilige plekken om te spelen).
  • inzien dat gebeurtenissen gevolgen kunnen hebben voor hun directe omgeving (te denken valt aan hulp bieden of inschakelen als iemand valt).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po worden leerlingen zich bewust van verschillen tussen mensen wat betreft leefstijl en relateren ze dit aan gezondheid. Ze gaan bewuster keuzes maken ten aanzien van hun eigen gezondheid en gedrag.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • maatregelen te nemen om het eigen welzijn en dat van anderen te bevorderen (te denken valt aan het kunnen handelen wanneer iemand zich verwondt en ervoor zorgen dat niemand wordt buitengesloten).
  • om te gaan met verschillende mogelijkheden bij het behandelen van ziekten (te denken valt aan het gebruik van bepaalde medicijnen).
  • uitdrukking geven aan de invloed die de leefomgeving en natuur kan hebben op het welbevinden en deze uitingen van anderen te respecteren.

(voeding)

  • hun eigen voorkeuren met betrekking tot voeding te verkennen en hun keuze hierin te beschrijven.
  • keuzes te maken met betrekking tot voedsel en gezondheid (te denken van aan een appel eten in plaats van chips).
  • om te gaan met hun eigen eetgewoonten en die van anderen in relatie tot gezondheid en duurzaamheid.
  • in te zien dat voedselpatronen effect kunnen hebben op de leefomgeving en de maatschappij (te denken valt aan voedselverspilling of suikerziekte).

(seksualiteit)

  • zich bewust te zijn van gevoelens rond relaties en seksualiteit.
  • te erkennen dat je zelf keuzes kunt en mag maken over relaties en seksualiteit en dat anderen dat ook kunnen en mogen.
  • uitdrukking te geven aan eigen wensen en grenzen rond relaties.
  • om te gaan met de veranderingen van hun lichaam in de puberteit.

(risico’s en veiligheid)

  • gevolgen voor henzelf, de directe en de indirecte omgeving in te schatten en te voorspellen en daarbij aansluitend veiligheidsmaatregelen te nemen (te denken valt aan het toepassen van hygiënemaatregelen).
  • wat de effecten van genotsmiddelen zijn (te denken valt aan het risico van verslaving).

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo ontwikkelen leerlingen het vermogen regie te voeren over hun eigen gezondheid en daarbij rekening te houden met anderen. Ze zijn zich bewust van diversiteit in hun omgeving.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(welzijn)

  • maatregelen te nemen om het eigen welzijn en dat van anderen te bevorderen (te denken valt aan ziekte en ongevallen).
  • om te gaan met verschillende maatregelen ten behoeve van de volksgezondheid (te denken valt aan regelgeving op het gebied van vaccinaties en orgaandonatie).
  • zich te verhouden tot verschillende mogelijkheden bij de behandeling en het voorkomen van ziekten (te denken valt aan het gebruik van medicijnen of het aanpassen van leefstijl).
  • keuzes te maken in hun leefstijl die invloed hebben op de gezondheid.
  • uitdrukking te geven aan het eigen welbevinden en aan het welbevinden van anderen.
  • welke invloeden vanuit de leefomgeving bijdragen aan het welbevinden (te denken valt aan een opgeruimde kamer en afspraken nakomen).

(voeding)

  • bewust om te gaan met hun eigen voedingspatroon.
  • in te zien welke effecten voedselkeuzes kunnen hebben op gezondheid (te denken valt aan de rol van suikers bij het ontwikkelen van diabetes).
  • in te zien welke effecten die voedselpatronen kunnen hebben op de leefomgeving (te denken valt aan biologische landbouw, vleesconsumptie en voedselverspilling).

(seksualiteit)

  • om te gaan met hun gevoelens over relaties en seksualiteit.
  • uitdrukking te geven aan hun eigen wensen en grenzen over relaties en seksualiteit, erkennen dat ze daarin zelf keuzes kunnen en mogen maken en daarin respect hebben voor de grenzen van anderen.
  • om te gaan met veranderingen van hun lichaam in de puberteit (te denken valt aan groeispurt, stemverandering, klachten rond menstruatie).
  • op een veilige manier om te gaan met seksualiteit (te denken valt aan aangeven van grenzen, aangeven waar je aan toe bent, gelijkwaardigheid tussen partners, veilige en onveilige seksuele handelingen).
  • te reflecteren op hun eigen waarden en normen met betrekking tot relaties en seksualiteit.

(risico’s en veiligheid)

  • situaties te analyseren en vervolgens maatregelen te nemen om de kans, de blootstelling en/of de gevolgen van een risico te verkleinen en daarmee veiligheid te vergroten (te denken valt aan weerbaarheid tegen dealen op school en alcoholgebruik).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.