Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN03.3 - Modelgebruik- en ontwerp

Met de werkwijze ‘modelgebruik en –ontwerp’ ontwikkelen leerlingen vaardigheden om modellen te gebruiken en te maken, waardoor ze de complexe werkelijkheid versimpeld in beeld leren brengen. Dit kan door middel van verschillende representaties, zoals bijvoorbeeld schema’s, tekeningen, 3D-voorwerpen of getallen. Ze leren kritisch met modellen om te gaan, doordat ze begrijpen waarom en hoe ze gebruikt worden. Uitkomsten die door modellen verkregen zijn, zijn niet zonder meer waar in elke situatie. De werkwijze omvat het gebruiken van bestaande modellen, het ontwerpen van nieuwe modellen en het reflecteren op de grenzen en bruikbaarheid van modellen.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po ontdekken leerlingen wat modellen zijn en hoe modellen worden gebruikt in hun eigen omgeving. Ze ontdekken dat model en werkelijkheid verschillen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • tastbare modellen (2D/3D) te gebruiken om kennis over onderwerpen uit de nabije omgeving te vergroten (te denken valt aan modellen van het menselijk lichaam of het schoolgebouw).

(ontwerp van modellen)

  • modelmatige tekeningen te maken van alledaagse dingen en plekken.

(reflectie op modellen)

  • te herkennen dat in een model niet alles ‘uit de werkelijkheid’ terug te vinden is en vice versa (te denken valt aan het missen van een neus op een legopoppetje en kleuren op een plattegrond die niet in de werkelijkheid terugkomen).

(mathematiseren)

  • aspecten van de werkelijkheid in getallen weer te geven en aan de hand van die getallen uitspraken te doen over de werkelijkheid (te denken valt aan het meten van de lengte van twee personen en op basis hiervan aan te geven wie er groter is).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po leren leerlingen, in natuurwetenschappelijke en technische contexten, modellen te beoordelen op bruikbaarheid en kunnen ze beschrijven hoe model en werkelijkheid verschillen en overeenkomen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • tastbare modellen te gebruiken om natuurwetenschappelijke en technische concepten te beschrijven (te denken valt knikkers voor het deeltjesmodel of een tekening van een hefboomconstructie).

(ontwerp van modellen)

  • een tastbaar of getekend model te maken.
  • modellen begrijpelijk weer te geven.
  • te benoemen welke keuzes zijn gemaakt bij het maken of tekenen van een eigen model (te denken valt aan het weglaten van het stoeptegelpatroon in een kaart van het schoolplein).

(reflectie op modellen)

  • de beperkingen van een model te benoemen als bekend is wat wel en niet in het model is meegenomen (te denken valt aan: een model over de temperatuur doet geen uitspraken over regenval).

(mathematiseren)

  • kwantitatieve meetgegevens zo te organiseren dat verbanden tussen grootheden zichtbaar kunnen worden (te denken valt aan een tabel of grafiek).

Onderbouw voortgezet onderwijs

Inleiding

In de onderbouw van het vo gebruiken leerlingen passende modellen in natuurwetenschappelijke en technische contexten. Ze beoordelen bestaande modellen op bruikbaarheid, doen voorstellen voor verbetering en ontwerpen zelf simpele modellen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(gebruik van modellen)

  • (de uitkomsten van) een model vergelijken met natuurwetenschappelijke kennis.
  • modellen te gebruiken om de werking van (technische) systemen te begrijpen (te denken valt aan een technische tekening, infographic of een weergave met verschillende soorten aanzichten).
  • modellen te gebruiken om verandering in een systeem te begrijpen (te denken valt aan een voedselweb in een ecosysteem).

(ontwerp van modellen)

  • voor een eigen model keuzes te maken die passen bij de gekozen doelstelling (te denken valt aan wat wel en niet weer te geven of welke materialen, technieken of programma’s wel of niet te gebruiken).

(reflectie op modellen)

  • de overeenkomsten en verschillen tussen (eigen ontworpen) modellen en de werkelijkheid te relateren aan het doel van het model.
  • verbeteringen te bedenken om een gegeven model beter te laten aansluiten bij het doel van het model.

(mathematiseren)

  • wiskundige weergaven van verbanden tussen grootheden analyseren en toepassen bij gebruik en ontwerp van modellen.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.