Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Natuur

Bouwsteen: MN05.3 - Automatische systemen

De bouwsteen ‘automatische systemen’ bestaat uit wat een automatisch systeem is, hoe ze te herkennen en te gebruiken zijn, en hoe ze werken. Onder automatische systemen worden machines of producten verstaan die, vaak met behulp van elektronica, automatisch handelingen kunnen verrichten. In verschillende situaties en omgevingen zijn automatische systemen te vinden. Automatische systemen maken het leven makkelijker doordat zij taken (deels) zelfstandig, vaak sneller en nauwkeuriger, uitvoeren. Kennis over deze systemen is belangrijk omdat ze invloed hebben op hun omgeving en de omgeving invloed heeft op hen. Binnen automatische systemen zit ook veel techniek, al is dat niet altijd direct zichtbaar. De belangrijke elementen van automatische systemen zijn sensoren, verwerkers, actuatoren en verbindingen.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het po maken de leerlingen spelenderwijs kennis met voorbeelden van automatische systemen in hun directe omgeving. Ze verwonderen zich hierover en stellen vragen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(robotica)

  • over de verscheidenheid aan apparaten in hun directe omgeving en het vermogen van die apparaten om (deels) automatisch te handelen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In de bovenbouw van het po maken de leerlingen kennis met de hoofdelementen van de automatische systemen - sensoren, verwerkers, actuatoren en verbindingen - en verkennen het bouwen van eenvoudige systemen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(robotica)

  • over de rol van sensoren, verwerkers, actuatoren en verbindingen in automatische systemen.

(sensoren en actuatoren)

  • over verschillende soorten sensoren en hun functie (te denken valt aan sensoren voor beweging, geluid, licht en temperatuur).
  • over feedback-mechanismen in apparaten (te denken valt aan een thermostaat).

(programmeren)

  • over het beïnvloeden van een automatisch systeem door programmeren (te denken valt aan instellen van een klimaatinstallatie en een robot die stopt bij een rode lijn).

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In de onderbouw van het vo leren de leerlingen over de werking van verschillende sensoren en actuatoren. Ze leren deze te kiezen, gebruiken en programmeren.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

(robotica)

  • over de samenwerking tussen automatische systemen (te denken valt aan zelfrijdende auto’s die met elkaar communiceren en een klimaatinstallatie met verwarming, zonwering en ventilatie).

(sensoren en actuatoren)

  • over het gebruik van elektrische schakelingen om actuatoren te maken.
  • over het combineren en installeren van verwerkers, sensoren en actuatoren tot automatische systemen.

(programmeren)

  • over veelgebruikte structuren bij het programmeren van een automatisch systeem (te denken valt aan opvolging, keuze en herhaling).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.