Terug naar alle uitwerkingen van Kunst & Cultuur

Bouwsteen: KC3.1 - Artistieke technieken en vaardigheden

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Inleiding

In onderbouw po leren leerlingen vakspecifieke technieken en vaardigheden te verkennen om met (bewegend) beeld, klank, woord en met beweging in relatie tot ruimte of omgeving werk te creëren. Ook combinaties van deze vormen zijn mogelijk. Leerlingen leren samen of alleen met technieken en vaardigheden uitdrukking geven aan ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën. Door (in)oefenen en (re)produceren verkennen en onderzoeken leerlingen technieken en vaardigheden.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen al spelend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging (in relatie tot de ruimte of omgeving) verkennen, te denken valt aan: diverse materialen en technieken onderzoeken, experimenteren met muziekinstrumenten en geluiden, verschillende emoties in mimiek en fysiek laten zien bij een voorgelezen verhaal, vanuit beleving een dans maken;
  • eenvoudige elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging verkennen, te denken valt aan: kleur, licht-donker, hard-zacht, snel-langzaam, hoog-laag;
  • eenvoudige vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Inleiding

In bovenbouw po verbreden leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren technieken en vaardigheden bewust toe te passen om ervaringen, gevoelens, gedachten en ideeën te verbeelden en verklanken en om betekenis te geven aan bestaande en nieuwe artistieke uitingen. Zij leren zich te verdiepen in de artistiek expressie van kunstenaars. Ze ontdekken hun voorkeuren en leren aangeven met welke materialen en technieken zij willen werken.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: de mogelijkheden van materialen en middelen onderzoeken om beeldend werk te maken, beelden en geluiden opnemen en bewerken, scenes maken bij een verhaal, vanuit een ervaring een dans maken;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen om artistiek werk te maken en bestaand werk in te studeren;
  • meest gebruikelijke elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, muziek, theater en dans gebruiken, te denken valt aan: ritme, beweging, rust, draai, spanning, voorgrond- achtergrond, decor, kostuum;
  • gangbare vaktaal gebruiken bij het maken van artistieke uitingen.

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Inleiding

In onderbouw vo verdiepen leerlingen hun kennis en vaardigheden door (in)oefenen en (re)produceren. Ze leren door de beheersing van meerdere technieken en vaardigheden zich breder uit te drukken. Hier hoort ook bij dat leerlingen leren om te gaan met het ongemak van het nog niet kunnen, of juist plezier en voldoening ervaren bij wat lukt. Kennis over (het gebruik van) technieken en vaardigheden versterkt ook het begrip over kunst. Leerlingen leren kunstzinnige aspecten bewust gebruiken. De technieken en vaardigheden die leerlingen aangereikt krijgen worden complexer en vakspecifieker. Door hiermee te experimenteren ontdekken leerlingen de mogelijkheden en leren ze deze technieken en vaardigheden bewust toe te passen in hun eigen maakproces.

Kennis en vaardigheden

Leerlingen leren:

  • samen of alleen spelend en onderzoekend vakspecifieke (digitale) technieken en vaardigheden in (bewegend) beeld, klank, woord en beweging in relatie tot de ruimte of omgeving gebruiken, te denken valt aan: autonoom werk maken, imiteren van beats, een eigen sound ontwikkelen, performances;
  • spelend en onderzoekend vaardigheden te trainen en verdiepen om artistiek werk te maken of bestaand werk in te studeren;
  • elementen met betrekking tot (bewegend) beeld, klank, woord en beweging bewust en doelgericht gebruiken, te denken valt aan: compositie, voorstelling, boodschap, klankkleur, interpretatie, speelstijlen;
  • vaktaal bewust gebruiken bij het maken van artistieke uitingen en bij reflectie op product en proces.

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.