Terug naar alle uitwerkingen van Mens & Maatschappij

Bouwsteen: MM07.1 - Macht en gezag

Macht is het vermogen om invloed uit te oefen op het handelen van anderen. Formeel bestaat die macht uit de bevoegdheid om regels en wetten te maken, uit te voeren, te handhaven en sancties op te leggen aan wie ze overtreedt. Die bevoegdheid komt toe aan ouders en leerkrachten, en aan het bestuur van het land. Kinderen leren omgaan met regels en afspraken. Ze leren hoe bestuur en recht in onze democratische rechtsstaat is georganiseerd en de macht gedeeld. Ze denken na over vragen rond bestuur en recht en bereiden zich voor op hun rol als volwaardig burger met actief en passief stemrecht.

Fase 1 (onderbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren dat regels en afspraken nuttig zijn om samen te kunnen spelen en leven. Ze leren over macht- en gezagsdragers in en buiten de school en dat ze zelf ook een stem en rechten hebben.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over gezagsdragers (benoemd of gekozen) en hun rol (zoals ouders, leerkrachten, de politie, ministers, de koning, president);
  • over afspraken en regels, de handhaving en eventuele consequenties van het overtreden of niet naleven daarvan;
  • hoe er op school, thuis en bij anderen verschillende regels gelden;
  • over rechten van kinderen en over hun rechten en invloed;
  • over veilig gedrag in de publieke ruimte (zoals in het verkeer).

Fase 2 (bovenbouw primair onderwijs)

Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, over vrijheid en gelijkheid en macht en gezag. En ze leren over hoe ze zelf invloed kunnen uitoefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over machthebbers en gezagsdragers en het verschil tussen macht en gezag;
  • over het vastleggen van afspraken in regels en wetten;
  • over (het ontstaan en de geschiedenis van) de democratische rechtsstaat in Nederland en de grondwet;
  • over het politieke bestel en de werking van de rechtspraak in Nederland (gemeente, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtbank);
  • over verschillende staatsvormen (zoals monarchie en democratie);
  • over voorbeelden van vreedzaam gebruik en misbruik van macht en gezag (zoals slavernij, Duitse bezetting, Jodenvervolging);
  • over manieren van invloed uitoefenen in de eigen omgeving en daarbuiten, kinderrechten en manieren om ervoor te zorgen dat die in de wereld worden nageleefd;
  • over gedrag in de publieke ruimte (zoals verkeersregels en gedrag in het verkeer).

Fase 3 (onderbouw voortgezet onderwijs)

Leerlingen leren over het ontstaan en functioneren van de Nederlandse rechtsstaat en over andere  staatsvormen. Zij leren hoe zij zelf invloed uit kunnen oefenen.

Kennis en/of vaardigheden

Leerlingen leren:

  • over de voor- en nadelen en de (on)mogelijkheden van internationale samenwerking binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties;
  • over machts- en gezagsverhoudingen binnen bedrijven en organisaties en tussen burgers, bedrijven, organisaties, landen;
  • over historische contexten die van belang zijn voor het ontstaan van de democratische rechtsstaat in Nederland (zoals de Grondwet, de basiswaarden en grondrechten in Nederland en de EU) en de waardering voor de democratische rechtsstaat (zoals de Opstand, Franse Revolutie, ideologieën, Duitse bezetting);
  • over de werking van het politieke bestel en de scheiding der machten (gemeente, provincie, Eerste en Tweede Kamer, regering, rechtspraak);
  • over verschillende staats- en organisatievormen die er waren en (denkbaar) zijn (zoals dictatuur, republiek, monarchie, aristocratie, tirannie, totalitaire systemen);
  • over internationale machtsongelijkheid in het verleden (kolonialisme) en het heden (schendingen van mensenrechten).

Onderdeel van Grote Opdracht(en)

Samenhangende bouwstenen

Op de hoogte blijven?

Meld je nu aan en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en het laatste nieuws rondom het landelijk curriculum.